Home » Interview Jules Croiset

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

JULES CROISET

 

De op 9 Oktober 1937 in Deventer te Overijssel geboren Jules Croiset debuteerde in 1955 met een rol in het toneelstuk Pierrot valt van de maan. Hij was tussen 1956 en 1958 te zien in de theaterproducties De dwaze dochter, Stad op stelten, In de laatste minuut, Het dagboek van Anne Frank, Pygmalion, Hamlet, Veel leven om niets, Platonof, Amphitryon, De maanvogels, Shakuntala of De nootlottige ring, Het geschonden geweten en Brullen als ’n duif. In 1959 was Jules Croiset te bewonderen in de toneelstukken De koopman van Venetië, Antigone, Biedermann en de brandstichters en Principes. Hij sprak eveneens de stem in van de Geest van Avontuur in de animatiefilm ‘Donald in Mathmagic Land’.

 

In 1960 maakte Jules Croiset zijn filmdebuut met een rol in de film ‘De zaak M.P.’. Hij was in datzelfde jaar in de schouwburgen te zien in de theaterproducties Winteravondsprookje, Etude voor één hand, Het proces Andersonville, Becket of De eer van God, Politie, De pick-nick en De twee beulen. De twee laatst genoemde voorstellingen vertaalde en regisseerde hij eveneens. Verder vertaalde en regisseerde Jules Croiset het toneelstuk Guernica. Hij was tussen 1961 en 1969 te zien in de theaterproducties Richard de Derde, Marius, De kardinaal van Spanje, Bittere honing, Hendrik IV – eerste deel, Don il met de groene broek, Tocht naar het duister, De zaak Howard, Mesalliance, Uitkomst, Celestina, Koning Lear, Galante listen, Liefde onder de olmen, Het verhaal van de dierentuin, Gijsbreght van Aemstel, Een verwarrend nachtje, Het rondschrijven, Warenar, De dame uit Maxim, Gijsbreght van Aemstel, De idioot, Spoken in Spaanse kant (eveneens regie), Luv, Het flauwgevallen paard, De honger en de dorst, Gijsbreght van Aemstel, Het huwelijk, Wrraaak!, Mijnheer Puntila en zijn knecht Matti en De rozenoorlogen (eveneens producent en regie). In 1965 speelde Jules Croiset zijn eerste solovoorstelling, Een avond in het oude Rusland. Behalve dat hij hier in speelde produceerde hij de voorstelling ook en vertaalde hij hem samen met Aleida G. Schot en Stefan Felsenthal. Jules Croiset speelde in 1968 met De zangen van Maldoror zijn tweede solovoorstelling. Naast het spelen vertaalde hij deze ook. In 1962 regisseerde Jules Croiset samen met Sonja Brill de theaterproductie Les trois chapeaux claque en in 1963 regisseerde hij zelf de musical Specul-aas.

 

Jules Croiset had in 1970 rollen in de toneelstukken De laatste trein, No. 30048, De getemde feeks en Het proces. Ook ontwierp hij het decor en deed de regie van de theaterproductie Het kardinalengambiet. Jules Croiset was in 1971 te horen als Slinger en de Kok in de animatiefilm ‘De vrolijke piraten van Schateiland’ en als Joe Dalton in de animatiefilm ‘Daisy Town’. Datzelfde jaar was hij te bewonderen in de toneelstukken Koning Jan, Tramlijn Begeerte, Driekoningenavond of Alles mag, ’n Blok aan het been en Maak mevrouw niet wakker. Jules Croiset speelde in 1971 opnieuw zijn solovoorstelling, De zangen van Maldoror. Deze vertaalde en bewerkte hij eveneens. In dat jaar stond hij ook in de theaters met zijn derde solovoorstelling, Is ‘t ’n mens ’n steen  of ’n boom. Deze bewerkte hij eveneens. In 1972 had Jules Croiset rollen in de theaterproducties Alleen voor mannen en Thuiswerk. Hij stond in dat jaar ook weer in de theaters met zijn solovoorstelling, De zangen van Maldoror. Deze heeft hij eveneens bewerkt. In 1973 speelde Jules Croiset de rol van Klaas in de tv-serie “Uilenspiegel”. Hij had in dat jaar tot twee maal toe rollen in het toneelstuk Koning Lear. Jules Croiset was de inleider bij de operavoorstellingen Blauwbaards burcht en Erwartung. In dat jaar kwam hij ook met zijn vierde solovoorstelling, Een zekere Vincent. Deze heeft hij eveneens zelf geschreven. Jules Croiset vertolkte in 1974 de rol van Dokter Angelino in de film ‘Help, de dokter verzuipt!’ en was in het theater te zien met de revuevoorstelling Grote bek en grote buik, die hij zelf schreef. In 1976 nam Jules Croiset de rol van Commandant Plus voor zijn rekening in de film ‘Peppi en Kokki bij de Marine – Het geheim van kommandant Plus’. Hij stond ook in de theaters met zijn vijfde solovoorstelling, Over Tsjechov gesproken, die hij zelf produceerde. Jules Croiset sprak in 1977 de stem in van Kapitein Haddock in de animatieserie “Herge’s Avonturen van Kuifje”, terwijl hij in de theaters stond met de theaterproducties De kersentuin en List en liefde. Ook was zijn solovoorstelling weer in de schouwburgen te zien, De zangen van Maldoror. Behalve dat hij in deze voorstelling speelde, ontwierp hij ook het decor, vertaalde en bewerkte het script en was de producent. In 1978 was Jules Croiset te zien als Pastoor in de film ‘De mantel der Liefde’ en verleende zijn stem aan Joe Dalton in de animatiefilm ‘De Ballade van de Daltons’. Hij had verder rollen in de toneelstukken Oidipous en Platonow. Voor laatst genoemde ontving Jules Croiset de Louis d’Or. Hij verzorgde in 1979 de stem van Shere Khan in de animatiefilm ‘The Jungle Book’ en twee seizoenen was hij te horen als Doctor Snuggles in de animatieserie “Doctor Snuggles”. Ook was Jules Croiset in de schouwburgen te zien met de theaterproductie Drie zusters en Mensch durf te leven. Hij regisseerde verder nog het toneelstuk Potasch & Perlemoer.

 

Van 1980 tot en met 1982 was Jules Croiset te zien in de theaterproducties De divan en Het kind van de rekening. Hij regisseerde in 1980 het toneelstuk Uitkomst. In 1981 stond Jules Croiset in de theaters met zijn zesde solovoorstelling, De zachtmoedige. Deze voorstelling heeft hij bewerkt en hij was hier de co-producent van. Jules Croiset verleende in 1983 zijn stem aan Joe Dalton voor de animatiefilm ‘De Daltons op de vlucht’ en voor zowel Koning Richard Leeuwenhart als Prins Jan voor de animatiefilm ‘Robin Hood’. In de theaters was hij te zien met de theaterproductie Hamlet en met zijn zevende solovoorstelling, De hoogst merkwaardige gedaanteverwisseling van Gregor Samsa. Bij zijn solovoorstelling was hij samen met Bob van Leeuwen verantwoordelijk voor het decorontwerp en zelf vertaalde, bewerkte en produceerde hij de productie. In 1984 was Jules Croiset te bewonderen als Parma in de miniserie ‘Willem van Oranje’, als Vader in de film ‘De witte waan’ en stond hij in de theaters met zijn achtste solovoorstelling, Jonas, die hij zelf produceerde. Jules Croiset had in 1985 rollen in de film ‘De leeuw van Vlaanderen’ en de toneelstukken ’t Kan verkeren… en The Spanish Brabanter. In 1986 verleende hij zijn stem aan Joe Dalton in de animatieserie “Lucky Luke”. Jules Croiset was in datzelfde jaar in de theaters te zien met zijn negende solovoorstelling, De martelgang van de dikzak. Ook stond hij in de theaters met zijn tiende solovoorstelling, Publiek ik ver(w)acht u. Beiden solovoorstellingen bewerkte, regisseerde en produceerde hij eveneens zelf. Jules Croiset stond in 1987 in de theaters met zijn elfde solovoorstelling, Niet van gisteren. Samen met Josephine van Gasteren bewerkte hij deze voorstelling en zelf produceerde hij de productie. In 1988 had hij een rol in de film ‘Amsterdamned’ en was weer in de theaters te zien met zijn solovoorstelling, Een zekere Vincent. Deze schreef en produceerde hij eveneens zelf. Jules Croiset speelde in 1989 zijn twaalfde solovoorstelling, Dat wat de wereld is… Deze schreef en produceerde hij zelf. Ook was hij te zien met zijn dertiende solovoorstelling, Vrijheid…leven zonder angst. Deze schreef hij samen met Elie Wiesel en produceerde hij zelf.

 

In 1991 was Jules Croiset te zien als Dr. Horvath in de film ‘Intensive Care’ en had rollen in de theaterproducties De smekelingen en De stem van het water. Hij was in 1992 te horen als Doc in de animatiefilm ‘Sneeuwwitje en de zeven dwergen’ en stond in de toneelstukken Gesprekken na een begrafenis en Truman over Capote over Marlon Brando. Laatst genoemde bewerkte, regisseerde en produceerde hij ook zelf. In 1993 vertolkte Jules Croiset de rol van Wim Scheffers in de film ‘Hoffman’s honger’ en had verder rollen in de theaterproducties Moortje, Het onderzoek en Kean. Hij had in 1994 een rol in de film ‘De vlinder tilt de kat op’, de toneelstukken De Perzen en De Spaanse hoer en was ook in de theaters te zien met zijn veertiende solovoorstelling, Tubutsch. Deze solovoorstelling bewerkte hij samen met Peter van Tongeren. Van 1995 tot en met 1998 stond Jules Croiset in de schouwburgen met de theaterproducties Het linnen dient keurig gevouwen, Eva Bonheur, Jozef in Dothan, Trijntje Cornelis en Leeuwendalers/Een vondelcommentaar. Hij maakte in 1998 ook zijn musicaldebuut als Leiser Wolf in de musical Anatevka. Jules Croiset was in 1999 te horen als Generaal Mandible in de animatiefilm ‘Antz’, was te zien als Abraham Mogèn in de film ‘Nachtvlinder’ en had een rol in de theaterproductie De onvermachte man.

 

In 2001 verleende hij zijn stem aan het personage Joe Dalton in de animatieserie “De Nieuwe Avonturen van Lucky Luke”, had een rol in de miniserie ‘De Middeleeuwen’ en stond in de theaters met zijn negentiende solovoorstelling, de muziektheatervoorstelling Cornelis Vreeswijk - de troubadour van IJmuiden. Deze voorstelling bewerkte hij samen met Rob van de Meeberg en Peter Verschoor. Jules Croiset was in 2003 te horen als Shere Khan in de animatiefilm ‘The Jungle Book 2’ en had een rol in het toneelstuk Dood van een handelsreiziger. Tussen 2005 en 2010 had hij rollen in de theaterproducties Catwalk, Oud vuil, Karakter en Romeo en Julia. Jules Croiset had in 2011 rollen in de toneelstukken De Troubadour van IJmuiden, Vincent en Theo, Lijn 1812 en Het geheim van Geert. Ook verleende hij in dat jaar zijn stem aan Hugo van den Loonsche Duynen, het hoofdpersonage van Villa Volta, een attractie in de Efteling. In 2012 was hij te zien in de theaterproductie King Lear. Jules Croiset vertolkte in 2013 de rol van de vader van Doris in de tv-serie “Doris” en had een aandeel in het toneelstuk De kersentuin. In 2014 was hij als Pater Benticnk te zien in het eerste seizoen van de tv-serie “Heer & Meester” en had hij een rol in de theaterproductie De verleiders – de val van een superman. Jules Croiset nam in 2015 de rol van Voorzitter De Graeff voor zijn rekening in de film ‘Michiel de Ruyter’. Ook kroop hij in dat jaar nog eens in de huid van Hugo van den Loonsche Duynen voor de internetserie Stemmen van Toen. Verder was Jules Croiset te zien in het toneelstuk Een grijze komedie. In 2016 had hij een rol in de theaterproductie Bint en in 2018 in Het hout. Jules Croiset verleende zijn medewerking aan de korte films ‘Het seizoen’, ‘Floortje’, ‘Letter’ en ‘In de Schaduw van de Tijd’. Gastrollen had hij in tv-series als “Maigret”, “Centraal station”, “Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer?”, “Moordspel”, “Prettig geregeld”, “Medisch Centrum West”, “Vrienden voor het leven”, “Tax Free”, “Sjans”, “Flodder – de serie”, “’t Zonnetje in huis”, “Coverstory”, “Baantjer”, “Echt waar”, “Lieve lust”, “Keyzer & de Boer advocaten”, “Flikken Maastricht”, “Moordvrouw”, “Flikken Rotterdam” en “GTST”.

 

Jules Croiset is ook in het buitenland actief. Zo had hij in 1989 een rol in ‘China White’, een film uit Hong Kong. Jules Croiset stond in 1990 in Belgie in de theaters met het toneelstuk Een wereld van woorden. In 2001 was hij in België te zien als Frederik Egerman in zijn tweede musicalrol, A Little Night Music. Jules Croiset had in 2008 een aandeel in de Amerikaanse miniserie ‘John Adams’. Een gastrol had hij in de Duitse tv-serie “Die Wicherts von nebenan”. Perry van Moov.nl ging in gesprek met de zeer vriendelijke Jules Croiset vanwege een interview voor de internetsite.

 

001.U acteert in tv-series (“Heer & Meester” uit 2014), films (‘Help, de dokter verzuipt!’ uit 1974), Internationale films (als Lorenzo in ‘China

       White’ uit 1989; Hong Kong), doet toneel (uw theaterdebuut Pierrot valt van de maan uit 1955), musical (Anatevka uit 1998), solotheater (uw

       meest recente, Tubutsch uit 1994), doet stemmenwerk (“Doctor Snuggles” uit 1979), bent theaterschrijver (Grote bek en grote buit uit

       1974), theaterregisseur & decorontwerper (Het kardinalengambiet uit 1970), bewerker (De zachtmoedige uit 1981) en producent (De

       rozenoorlogen uit 1969). Als u uit al uw werkzaamheden een keuze moet maken die u het allerliefst doet, wat zou dit dan worden?

       Acteren in het theater vind ik het meest prettig. Daar zou ik voor kiezen. De interactie die je met het publiek hebt is zo fijn. Hoe het publiek reageert is

       iedere avond weer anders. Daardoor blijft het voor ons als spelers ook zo interessant om te doen. Het toneelstuk Een goed mens spelen we met zijn

       tweeën, terwijl de voorstelling Het hout bestaat uit een spelersploeg van tien spelers. Hier is het verschil dat bij een stuk van maar twee personen

       meer verantwoordelijkheid bij de spelers ligt. Maar die verantwoordelijkheid kan ik wel aan. Jarenlang heb ik de nodige solovoorstellingen gespeeld

       waarvan Tubutsch uit 1994 mijn meest recente is. Dat was alweer 25 jaar geleden en om weer een nieuwe solovoorstelling te doen zie ik niet zitten.

       Stukken als Een goed mens en Het hout zijn al heel wat om te doen.

002.Je hoort wel eens dat ieder personage dat een acteur of actrice iets van zichzelf bevat. Kunt u zowel een overeenkomst als groot verschil

       noemen qua karaktereigenschap tussen u zelf en Eduard Stern in “GTST” uit 2018?

       Nee, dat vind ik niet. In het toneelstuk Het hout speel ik namelijk een broeder die zich aan pensionaatjongens vergrijpt. Voor zo’n iemand kan ik

       absoluut geen sympathie opwekken en begrijpen doe ik hem ook niet. Ik heb hem benaderd op de manier dat hij als kind zelf misbruikt is en dit zelf

       heeft doorgezet. Eduard uit “GTST” heeft meer empathie (inlevingsvermogen, red.) dan dat de broeder uit het toneelstuk Het hout dat heeft. Zelf

       mag ik hopen dat ik toch ook wel de nodige empathie heeft. Tot mijn eigen vriendenkring zie ik Eduard niet zitten.

003.Op welk moment uit uw carrière bent u tot nu toe het meest trots en/of bewaar u de beste herinneringen?

       In dat geval ga ik voor mijn tweede solovoorstelling, De zangen van Maldoror. Deze voorstelling speelde vier ik keer. De eerste keer was in 1968 bij

       het Zuidelijk Toneel Globe, net als de twee keer in 1971. De derde keer speelde ik hem in 1972 bij Stichting Theaterunie en de laatste keer was in

       1977 in een productie van mezelf. De schrijver van dit stuk was Comte de Lautréamont. Dit was een pseudoniem van Isidore Lucien Ducasse. Hij

       werd in 1846 geboren in Montevideo in Uruguay, Zuid-Amerika en overleed in 1870 in Parijs te Franrijk op 24-jarige leeftijd. Hij publiceerde in 1968

       Les chants de Maldoror en in 1917 verscheen in Nederland de vertaling er van, De zangen van Maldoror. Het is een zwaar stuk. Maar ook erg mooi.

       De tekst heeft iets bijna muzikaals.

004.Wat vind u het belangrijkst: een prijs winnen voor uw werk, dat de pers positieve recensies over uw spel schrijft of dat het publiek lovend

       over u is?

       Het publiek is het belangrijkst. Daar doe je het voor. Ik vind het fijn om de mensen in de zaal een fijne avond te bezorgen. Toch is ook de pers op hun

       manier belangrijk. Wanneer de pers namelijk goede recensies schrijft over een stuk kan dit er nog meer voor zorgen dat het publiek naar de

       voorstelling komt kijken. Maar het is ook wel eens gebeurd dat de pers negatief over een stuk was, terwijl het publiek er wel degelijk naar kwam

       kijken.

005.Als u geen acteur was geworden, welk beroep had u dan wel wat geleken en u heeft de keuze uit de volgende zeven beroepen: dokter

       (‘Help, de dokter verzuipt!’ uit 1974 en ‘Intensive Care’ uit 1991), commandant bij de marine (‘Peppi en Kokki bij de Marine’ uit 1976),

       pastoor (‘De mantel der Liefde’ uit 1978), majoor (‘Amsterdamned’ uit 1988), huisarts (‘De vlinder tilt de kat op’ uit 1994), pater (“Heer &

       Meester” uit 2015) of psychiater (Een goed mens uit 2019)?

       Beroepen die ik zeker niet uit zou willen oefenen zijn pastoor en pater. En een keuze maken uit de genoemde beroepen die mij wel wat zou lijken is

       huisarts dan. Dat komt dan het meest dicht bij het beroep van acteur. Aangezien je ook bij dat beroep contact hebt met mensen. En dat vind ik een

       enorm belangrijk iets.

006.Wat zorgde er voor uw interesse gewekt werd om “ja” te zeggen tegen het toneelstuk Een goed mens?

       Puur door het stuk. Het is zo interessant en goed geschreven door Flip Broekman. De voorstelling had in de repetitieperiode op zijn zachtst gezegd

       met de nodige tegenslagen te maken. Zo overleed Flip in Januari 2019. Daarna moest Aart Staartjes zijn rol om gezondheidsreden terug geven en

       zodoende kwam ik er in Februari 2019 bij. Wel heb ik met Flip in het verleden samen gewerkt aan het toneelstuk Oud vuil uit 2006 dat hij samen met

       Thomas Verbogt had geschreven. Ik wil de voorstelling als een mooi eerbetoon aan Flip spelen.

007.U werkt samen met Victor Reinier aan de voorstelling Een goed mens. Hij is van een hele andere generatie als u. Zijn er toch dingen van

       Victor waar ook u nog iets van kan leren?

       Ik leer altijd, van iedereen. Wanneer je niet meer leert, dan ben je verkeerd bezig. Het is een wisselwerking tussen elkaar. Zo leer ik van Victor zijn

       leerwijze en werkmentaliteit. Je moet altijd blijven luisteren naar anderen. De vragen die in dit stuk gesteld worden kan je aan jezelf stellen. Na de

       voorstelling gaan Victor en ik altijd nog even in de foyer wat drinken. Je merkt dan dat het publiek over de voorstelling na praat. Dat is fijn, want dat is

       onze bedoeling ook.

008.Wat kunnen we op showbizzgebied in de toekomst nog van u verwachten?

       Van Woensdag 17 tot en met Donderdag 25 April 2019 ben ik te zien als Vianney in het toneelstuk Het hout die we exclusief in het Internationaal

       Theater te Amsterdam spelen. Tot en met Vrijdag 31 Mei 2019 speel ik nog de rol van een oude psychiater in het toneelstuk Een goed mens.

 

Kijk voor meer informatie over het toneelstuk Het hout op https://tga.nl/voorstellingen/het-hout.

Kijk voor meer informatie over het toneelstuk Een goed mens op https://www.hummelinckstuurman.nl/voorstelling/Een_Goed_Mens/omschrijving/.

 

Interview: Perry Krootjes