Home » Interview Ellen Vogel (R.I.P.)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 2010 interviewde ik actrice Ellen Vogel bij haar thuis in Amsterdam. Het onderstaande interview is gedateerd en niet aangepast. Alles dateert dus van vijf jaar geleden. Na dit interview was Ellen Vogel nog te zien als Juliana in de miniserie ‘Beatrix, Oranje onder Vuur’ uit 2012 en als Grootmoeder Mimi in de tv-serie “Doris” uit 2013. Op 5 Augustus 2015 overleed ze. Ellen Vogel is 93 jaar geworden.

 

ELLEN VOGEL

De op 26 Januari 1922 in Den Haag geboren Ellen Vogel maakte haar toneeldebuut in 1945 met het stuk Weekend in California bij het toneelgezelschap Comedia. Aan dit gezelschap was ze van 1945 tot en met 1950 verbonden. Bij Comedia zou Ellen Vogel in achttien toneelstukken spelen. Tijdens haar periode bij Comedia, maakte ze in 1946 met de film ‘Bezet Gebied’ haar debuut. 

Na Comedia sloot Ellen Vogel zich in 1950 aan bij toneelgezelschap De Nederlandse Comedie. Hier speelde ze tot en met 1971 in 63 toneelstukken. Zo was Ellen Vogel in 1959 te bewonderen in het toneelstuk Troilus en Cressida waarvoor ze door Koning Boudewijn benoemd werd tot Ridder in de Kroonorde van België. In haar loopbaan bij De Nederlandse Comedie ontving ze de Theo d’Or, de belangrijkste toneelprijs (voor haar rollen in Dona Diana en Kasteel in Zweden uit 1960 en Joseph in Egypten uit 1961). Ellen Vogel maakte in de tijd dat ze bij De Nederlandse Comedie zat, ook haar debuut op tv. Dit was in 1957 met een rol in de tv-serie “De Roep van de Tortel”. Verder was ze in de periode dat ze aan De Nederlandse Comedie verbonden was, ook te zien in de tv-series “Mademoiselle Panama”, “Candida” en “De kleine zielen”, de tv-film ‘Koning David’ en de films ‘Makkers, staakt uw wild geraas’, ‘Het mes’ en in de dubbelrol van Monsieur Hawarden en Meriora Gillibrand in ‘Monsieur Hawarden’. 

Toen Ellen Vogel de Nederlandse Comedia verliet, besloot ze vanaf 1971 enkel nog in de vrije sector te spelen. In 1976 speelde ze in de voorstelling Zomergasten en kreeg de Zilveren medaille van de stad Amsterdam, een beeldhouwwerk in de Stadsschouwburg en werd onderscheiden met de ‘Colombine’. Na het toneelstuk Drie Grote Vrouwen uit 1995 werd Ellen Vogel benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau en kwam er de Ellen Vogel-roos. Voor Verzameld Werk, haar meest recente toneelrol uit 2000, werd ze genomineerd voor de Theo d’Or. In de vrije sector speelde Ellen Vogel uiteindelijk in 25 toneelstukken. Haar theatercarrière bestaat uit 106 toneelstukken die ze tussen 1945 en 2000 vertolkte. Het toneelstuk Glazen Speelgoed speelde ze drie keer. In zowel 1947 als 1954 was ze te zien als Laura, terwijl ze in 1986 de rol van Amanda Wingfield op zich nam. Maar dit was nog niets vergeleken met het theaterstuk Gijsbreght van Aemstel dat ze elf keer speelde. In 1954, 1955 en 1962 als rey van Amsterdamse maeghden, in 1962 eveneens in de rol van Rafael en verder speelde ze tussen 1957 en 1968 acht keer de rol van Badeloch. Verder heeft Ellen Vogel aan twee monologen voor televisie gewerkt, heeft ze vijf voordrachten (voor tv of radio) gedaan, twee maal een televisiespel en ze was vijf keer in een toneelbewerking voor televisie te bewonderen.

Ook was de beeldbuis en de bioscoop geen onbekend terrein voor Ellen Vogel. Zo had ze rollen in de tv-films ‘Het huis aan de gracht’, ‘Een kus van een rus’ en ‘De avondboot’, de miniseries ‘De verlossing’, ‘Het wassende water’ en ‘Charlotte Sophie Bentinck’, de tv-series “Van oude mensen, de dingen die voorbij gaan”, “Armoede” en “Oude Koeien” en de films ‘Paul Chrevrolet en de ultieme hallucinatie’, ‘Als in een roes…’, (de Engelstalige) ‘The Discovery of Heaven’ en ‘Masterclass’. In 1983 was Ellen Vogel te zien als Mademoiselle Bonnema in de film ‘Brandende liefde’ en als Emmy van Laar in de tv-serie “Herenstraat 10”. Ze was als Juliana van Stolberg te bewonderen in de miniserie ‘Willem van Oranje’ uit 1984. Van 1992 tot en met 1998 speelde Ellen Vogel zes seizoenen lang de rol van Frederique Asselberg in de comedyserie “Zonder Ernst”, waar ze in 1996 de Nederlandse Academy Award voor ontving. Als Oude Lotte was ze in 2002 te bewonderen in de film ‘De tweeling’. Onlangs kroop Ellen Vogel in de huid van Juliana in de tv-serie “Bernhard, Schavuit van Oranje”. Gastrollen had ze in tv-series als “Mensen zoals jij en ik”, “Suite 215”, “Plantage allee” en “Boks”. In 1994 was Ellen Vogel te gast in de talkshow “De plantage” en sinds haar vijftigjarig jubileum in 1995 mag zij zich de Grand dame van het theater noemen. Er verscheen in 2007 een biografieboek over Ellen Vogel met de titel Ellen Vogel – een hommage, terwijl ze op Zondag 29 November 2009 de Blijvend Applaus Prijs 2009 (een Oeuvre prijs) in ontvangst mocht nemen. Perry van Moov.nl reisde af naar Amsterdam waar hij de zeer charmante en vriendelijke Ellen Vogel voor de internetsite interviewde.

001.Je hoort wel eens dat ieder personage dat een acteur of actrice speelt iets van zichzelf bevat. Bent u het hiermee

       eens?
       
Ja, absoluut. Je moet de karaktereigenschap van je personages alleen bij jezelf opzoeken. Iedereen heeft iets in zich zitten

       van de persoon die hij of zij speelt. Het hangt ook van bepaalde dingen af. Zoals waar komt iemand vandaan, wat heeft

       diegene meegemaakt. Het karakter dat je speelt moet je wel in jezelf opzoeken. Maar alles zit in iedereen. Zo kunnen de

       vreselijkste dingen naar boven komen. Het opzoeken naar gevoelens dat naar boven moet komen is toneelspelen. Dat

       moet je zien te vinden in de repetitieperiode.
002.In hoeverre kon u zich verplaatsen in het personage van de Oude Lotte in de film ‘De tweeling’ uit 2002?
       
Ergens in mij zat er stukje dat ik Lotte kon begrijpen. Ik moest het wel opzoeken, maar als ik mijn personage helemaal

       niet begrijp, dan kan ik het niet spelen. Lotte vond ik erg koel. Dat ze krankzinnig is geworden doordat ze in de oorlog

       haar Joodse verloofde David kwijt is geraakt begrijp ik volkomen. Lotte blijft zo hard tegen haar zus Anna omdat die een

       Duitse ‘geworden’ is en met een SS-er trouwde. Wel merk je dat Lotte van Anna houdt, maar dat zit zo diep, dat het er

       pas op het einde uit komt. Iedereen kent wel een bepaalde afwijzendheid tegen iemand anders. Maar die afwijzendheid

       zoals Lotte heeft voor Anna zou ik zelf niet kunnen hebben voor mijn eigen familieleden.
003.In 2000 stond u voor het laatst in de theaters met het toneelstuk Verzameld Werk. Mist u het spelen in het theater

       niet enigszins?
       
Natuurlijk mis ik het, maar minder erg dan ik had gedacht. Mijn man Jimmy (Munninghoff, red.) moest me ook heel erg

       missen omdat ik steeds zo vaak weg was. Toen dacht ik “Laten we heerlijk gaan reizen, nu het nog kan”. Ik denk ook 
       niet dat er nog een toneelrol op mij af zal komen hoor. Met mijn 88 jaar ben ik nu een risicofactor geworden. Wanneer ik

       nu in een toneelstuk zou gaan spelen en ziek wordt, dan heeft de productie een enorme financiële strop. Mijn collega en

       tevens goede vriend Eric Schneider (Bernhard in “Bernhard, Schavuit van Oranje”, red.) is met zijn 75 jaar een stuk

       jonger dan ik, haha. In Mei 2010 gaat hij met het toneelstuk Gloed acht keer de planken op. Dat vind ik ook op zijn

       leeftijd erg knap, want toneel is wel heel zwaar. Toen ik zelf echter 80 jaar werd, besloot ik geen toneel meer te doen.

       Verzameld Werk is dus mijn laatste toneelrol geweest.
004.Kunnen we hier uit opmaken dat u officieel met pensioen bent?
       
Nee hoor. TV en film is makkelijker, dat kan ik nog wel aan. Daar wordt alles zo vaak herhaald en dat zijn kleine en

       korte stukjes. Toen ik in 2002 in ‘De tweeling’ speelde, hadden Gudrun Okras (de oude Anna) en ik allebei een 
       begeleider. Die van Gudrun was Duits en de mijne Amerikaans. Zij hielpen ons met lopen, om ons op een stoeltje te

       zetten en een plaid over ons heen te slaan. Als Gudrun en ik naar de set moesten lopen, dan hielpen zij ons. Wanneer we

       klaar waren, dan brachten ze ons weer naar onze stoel en kwamen met warme thee naar ons toe. Het was natuurlijk ook

       behoorlijk koud en anders zouden we ziek worden. Toen ik opgebeld werd om Juliana te spelen in de tv-serie “Bernhard,

       Schavuit van Oranje” had ik acht jaar lang niet gespeeld. Ik zei nog tegen ze dat ik niet zo goed meer kan zien, maar dat

       was geen bezwaar. Wel wilden ze weten of het nog steeds lukte om teksten te leren. Daar heb ik echter totaal geen

       problemen mee. Eenmaal op de set van “Bernhard, Schavuit van Oranje” had ik eveneens een begeleider. Zodat ik

       bijvoorbeeld niet over kabels zou struikelen. Diegene was heel de dag bij me, zelfs om me naar het toilet te begeleiden.

       Dat vond ik persoonlijk wel een beetje overdreven. Maar ik vond het heerlijk om na zo’n lange tijd weer te acteren.
005.Wat zou u er van zeggen als u gevraagd wordt om een masterclass te geven, een gastdocente te zijn op een

       toneelschool of een toneelstuk te regisseren?
       Dat had ik vroeger erg graag gewild, maar het is er helaas nooit van gekomen. Ik heb nog wel geprobeerd om mee te

       lopen bij een stuk dat geregisseerd werd door Hugo Claus. Er werd me gezegd dat ik beter kon spelen. Want als ik een 
       productie zou gaan regisseren, dan zou ik als actrice niet beschikbaar zijn. Toen ik dus jonger was had ik het wel

       dolgraag willen doen. Voor nu zou het te vermoeiend zijn aangezien je er constant moet zijn. Ook ben ik wel eens 
       gevraagd om les te geven. Maar dan zou ik alleen maar aandacht hebben voor mensen met talent en dat kan niet.

       Iedereen moet dan natuurlijk aan bod komen.
006.Onlangs was u als Juliana te zien in de tv-serie “Bernhard, Schavuit van Oranje”. Iemand die echt heeft bestaan.

       Is het dan moeilijker om zo iemand te spelen dan een fictief iemand?
       
Dat hoeft niet perse. In dit geval was het niet moeilijker omdat er van Juliana bijvoorbeeld geen foto’s waren van haar

       laatste jaren. Hoe ze was is erg in de familie gehouden. Daardoor kon ik als actrice goed mijn eigen invulling geven aan

       de rol. Wel heb ik gehoord dat ze erg boos kon zijn, maar behalve haar familie heeft niemand dat ooit meegemaakt.

       Juliana heb ik altijd een hele fijne vrouw gevonden. Ik vond het dan ook een eer dat ik haar mocht spelen. Ondanks dat

       de tv-serie “Bernhard, Schavuit van Oranje” zich eigenlijk op Paleis Soestdijk afspeelde, hebben we daar niet gefilmd.

       Daar wil de Koninklijke familie niets mee te maken hebben. Uiteindelijk hebben we het in de buurt van Heemstede

       opgenomen. Zelf heb ik wel Paleis Soestdijk eens bezocht.
007.Wat heeft u zelf met het Koningshuis?
       
Ons Koningshuis vind ik erg fijn. Koningin Beatrix vind ik geweldig. Voor haar heb ik grote bewondering en respect.

       Haar kleinkinderen haal ik door elkaar, maar die hebben zeker een functie voor het land. Zo heb ik ook grote 
       bewondering voor Juan Carlos, die sinds 1975 de Koning van Spanje is. Ik heb gehoord dat hij in deze crisistijd heeft

       gezegd dat hij zijn uitkering in deze tijd niet hoeft. Eigenlijk vind ik dat Koningin Beatrix dat ook zou moeten doen.
008.Tussen 1954 en 1968 heeft u elf keer in het toneelstuk Gijsbreght van Aemstel gespeelt, waarvan acht maal de rol

       van Badeloch. Over dit stuk heeft u in 1968 eens gezegd: 'Heel leuk, maar bijna onspeelbaar. Een moeilijke rol,

       het is een opgave.'. Waarom speelde u dan toch zo vaak het stuk?
       
De Nederlandse Comedie speelde dat ieder jaar op 1 Januari en ik was daar aan verbonden. Het verhaal speelt in 1304 en

       gaat over de belegering van Amsterdam door de omliggende dorpen, verenigd in de Kennemers en Waterlanders.

       Aanleiding is de vermeende betrokkenheid van Gijsbrecht bij de ontvoering en doodslag van Floris V in 1296. Ik heb het

       altijd een mooi stuk gevonden. Vooral de taal, dat vond ik net muziek. Na het toneelstuk was er dan altijd het grote

       Nieuwjaarsbal. Daar kwamen alle hoogwaardigheidsbekleders. Van hoofdcommandant tot de burgermeester en anderen

       mensen uit de regering. Alles en iedereen was daar en dan werd er gedanst tot in de late uurtjes. Dit wil trouwens niet

       zeggen dat ik op deze productie het meest trots ben. Er zijn veel stukken waar ik trots op ben namelijk, ook op Gijsbrecht

       van Amstel. Ik heb veel producties gedaan waar ik fijn op terug kijk, omdat ik dat vrij goed heb gespeeld. Niet perfect,

       maar wel goed.
009.In uw carrière heeft u al diverse prijzen gewonnen en onderscheidingen in ontvangst mogen nemen. Op welke

       bent u echter het meest trots?
       
Trots vind ik een verkeerd woord. Je bent blij dat er iets gelukt is. Al mijn prijzen zie ik als een schouderklopje. Erg leuk

       vind ik het dat ik de Theo d’Or heb gekregen, die gouden plak. Vroeger moest je drie stukken uitzonderlijk goed 
       gespeeld hebben en dan kreeg je deze prijs. Bij mij was dat voor mijn rollen in Dona Diana en Kasteel in Zweden uit

       1960 en Joseph in Egypten uit 1961. De Ellen Vogel-roos vind ik enig. Die ontving ik op 22 December 1995 na afloop 
       van de Drie Grote Vrouwen. Dat vind ik waarschijnlijk het leukste van allemaal, dat er een roos naar mij vernoemd is.

       De Blijvend Applaus Award (deze ontving ze op Zondag 29 November 2009) is een prijs voor je gehele oeuvre en dus 
       ook heel belangrijk. Vooral dat die prijs voor mij op latere leeftijd is gekomen. 

Interview: Perry Krootjes